Specialisaties



De praktijk biedt naast een aantal therapieën veel specialisaties in behandelmethodes. Hieronder treft u een korte beschrijving aan van die specialisaties.
Klik op een balk om de toelichting te openen of weer te sluiten.

Adem- en Ontspanningstherapie

Adem- en ontspanningstherapie is het helpen herstellen van een natuurlijke en ontspannen adembeweging, die door het gehele lichaam voelbaar is. Ontspanningstherapie is het bewust worden en leren hanteren van lichamelijke en mentale gespannenheid. Tezamen genomen bieden zij u de middelen waarmee een mens in zichzelf de eigen spanning kan regelen, via aandacht, voorstelling, houding, beweging en ademhaling. Daarmee kunt u ontdekken of een probleem samenhangt met een verhoogde spanning, die eigenlijk onnodig is en door u verminderd kan worden.

Behandeling
Tijdens de behandeling leert u het ademen te observeren en leert u herkennen wat de adem beïnvloedt. Dat kan een lichamelijke activiteit zijn maar ook emoties en gedachten. U leert hoe u hier zelf invloed op uit kunt oefenen zo dat u in verschillende omstandigheden op een natuurlijke wijze kunt blijven ademen.
Meestal is adem en ontspanning onderdeel van de totale behandeling.

Een behandeling met Adem en Ontspanningstherapie wordt door de meeste zorgverzekeraars vergoed, via de aanvullende polis.

Autogene training

In het dagelijks leven wordt de mens steeds meer geconfronteerd met stressvolle momenten en kan het moeilijk zijn rust en ontspanning te vinden. Autogene training, ook wel geconcentreerde zelfontspanning genoemd, is een manier om te leren het leven vanuit rust tegemoet te treden.
Autogene training is een oefenmethode om zelf te leren ontspannen. Het woord training geeft al aan dat er een periode nodig is om de techniek aan te leren. Door het uitvoeren van zes basisoefeningen wordt men zich bewust van het lichaam en haar reacties.
Het doel van de training is het op elk gewenst moment tot rust en diepe ontspanning kunnen komen. Door het trainen komt er een omschakeling tot stand van het autonome zenuwstelsel. Het autonome zenuwstelsel, – dat deel van het centrale zenuwstelsel dat de automatische processen in het lichaam, zoals het kloppen van het hart en de ademhaling regelt, bestaat uit twee delen: het parasympatische en het (ortho)sympatische. Bij spanning, stress is dit laatste deel overactief. Door de training ontstaat er meer harmonie tussen de beide delen.

Behandeling
Autogene training kan zowel preventief als curatief (genezend) ingezet worden. Preventief omdat het bijdraagt aan een algemeen gevoel van welbevinden, een verbeterd prestatie-, concentratievermogen, een sterker lichaamsbewustzijn en een verminderd medicijngebruik (bijv. slaap- en kalmeringsmiddelen).
Curatief kan de autogene training ingezet worden bij allerlei klachten die terug te voeren zijn op een verstoorde balans van spanning en ontspanning, ofwel stressgerelateerde klachten zoals: slaapproblemen, chronische vermoeidheid, verhoogde bloeddruk, nek-, schouder-, en rugklachten, hoofdpijn, maag- en darmstoornissen, angst- en paniekstoornissen, rusteloosheid, concentratieproblemen.

De autogene training kan onderdeel zijn van een behandeling (psychosomatische) fysiotherapie. Als tijdens de intake of gaandeweg de behandeling blijkt dat uw klachten gerelateerd zijn aan spanning, kan Autogene training als behandelmethode toegepast worden. Het is ook mogelijk om een individuele training te volgen bijvoorbeeld ter preventie. Deze training bestaat uit 8 zittingen: intake, zes oefensessies en evaluatie. Tijdens iedere zitting worden de opgedane ervaringen besproken.
Door de combinatie van kennis en kunde uit reguliere (fysiotherapie) en oosterse (acupunctuur) geneeswijzen en de jarenlange ervaring, is het mogelijk voor de cliënt een op maat gesneden ontspanningsmethodiek aan te bieden, waarmee men stressvolle situaties de baas kan.

Autogene training valt onder de reguliere fysiotherapie, een verwijzing is niet nodig. Een behandeling wordt door de meeste zorgverzekeraars vergoed via de aanvullende polis.

Claudicatio Intermittens (etalagebenen)

Als u loopt, hebben uw beenspieren meer zuurstof nodig dan wanneer u stilstaat. De slagaders vervoeren zuurstofrijk bloed. Bij Claudicatio Intermittens (etalagebenen) zijn de slagaders van het been door aderverkalking vernauwd. Hierdoor kunnen deze minder bloed aanvoeren en gaat er ook dus minder zuurstof naar de benen. Dit kan leiden tot pijnklachten. Naar schatting lijden ongeveer 2 op de 10 mensen aan etalagebenen. Dit aantal neemt boven de 75 jaar toe naar meer dan 3 op de 10.
U loopt de grootste kans op etalagebenen wanneer u een roker bent. Ook als u meerookt verhoogt de kans, maar uiteraard in mindere mate. Naast roken kunnen ook de volgende factoren zorgen voor een grotere kans op etalagebenen:
• Een hoge bloeddruk
• Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed
• Suikerziekte
• Overgewicht
• Te weinig beweging
• Erfelijkheid
De risicofactoren voor etalagebenen komen overeen met de risicofactoren voor hart- en vaatziekten.

Behandeling
De fysiotherapeut helpt u om uw klachten te verminderen en zorgt dat de risico’s op adervernauwing beperkt blijven. De fysiotherapeut adviseert u en geeft u oefeningen. Als u deze oefeningen goed blijft uitvoeren, heeft u hier op lange termijn veel profijt van. Ook bij specifieke problemen zoals bijvoorbeeld traplopen, kan de fysiotherapeut u gerichte oefeningen geven. De fysiotherapeut streeft ernaar dat u zelfstandig uw klachten onder controle kunt houden. Dit kan met behulp van een activeringsprogramma. Dit programma helpt u om zelfstandig te blijven bewegen en gezond te leven.

Vanaf 1 januari 2017 wordt fysiotherapie en oefentherapie voor patiënten met etalagebenen ‘Fontaine 2’ vergoed. De vergoeding is maximaal 37 behandelingen binnen een periode van 12 maanden, nu dus inclusief de eerste 20 behandelingen. De vergoeding komt uit de basisverzekering en geldt voor verzekerden vanaf 18 jaar.

Dry needling

Bij dry needling worden met een uiterst dunne naald door middel van een speciale techniek spieren aangeprikt zodat deze snel en langdurig ontspannen.
Dry needling is niet hetzelfde als acupunctuur. Bij klassieke acupunctuur worden vaak oppervlakkig meerdere naalden gedurende langere tijd in het lichaam gezet. Dry needling gebruikt eenzelfde soort naald, maar die is specifiek gericht op zogenaamde ‘triggerpoints’ die kort gestimuleerd worden. Een triggerpoint is een verkrampt plekje in een spier dat dat zich kan uiten door pijn en stijfheid lokaal in de spier, maar ook door pijn op enige afstand, bewegingsbeperkingen in bijbehorende gewrichten, verminderde kracht, pijn ontwijkend gedrag, hoofdpijn, aangezichtspijn en/of kramp.
Triggerpoints kunnen acuut ontstaan door bijvoorbeeld door een verkeerde beweging of ongeval, of kunnen chronisch zijn, bijvoorbeeld door een langdurig verkeerde houding. Voorbeelden zijn:

  • Langdurige overbelasting van bijvoorbeeld een arm, schouder of nek, zoals bij gebruik van een computer
  • Overbelasting en/of blessures bij sporters
  • Verkramping van spierweefsel, zoals bij een hernia
  • Langdurige afwezigheid van beweging zoals bij gips
  • Voetafwijkingen of verschillen in beenlengte
  • Psychologische factoren, zoals stress en depressie, of slaaptekort

Behandeling
De fysiotherapeut zal eerst door een gesprek en een gericht onderzoek uw klachten nader analyseren. Daarna worden de spieren onderzocht die mogelijk uw pijn veroorzaken. Specifiek wordt gezocht naar die bewuste triggerpoints. De behandeling is vervolgens gericht op het ‘uitschakelen’ van deze triggerpoints. Via het gericht aanprikken met het naaldje worden deze punten gevonden en gedeactiveerd. Daarna raken de spieren snel en langdurig ontspannen.
Het inbrengen van een naaldje voelt u bijna niet. Als het juiste triggerpoint aangeprikt wordt, spant de spier zich even lokaal aan. Dat geeft kortdurend een soort ‘krampgevoel’. Daarna ontspant de spier zich weer en kunt u gemakkelijker bewegen. Vaak voelt het behandelde gedeelte wel wat vermoeid en/of stijf aan, maar dat is meestal van korte duur.
U krijgt na de behandeling vaak huiswerkoefeningen en gerichte adviezen mee, zodat de patiënt bewust bezig is met zijn/haar klachten en het behandelresultaat behouden blijft.

Integraal bewegen (oefentherapie)

Integraal bewegen is een pijnvrije en voor iedereen toegankelijke therapievorm: voor jong tot oud, voor mensen die nauwelijks nog kunnen bewegen tot topsporters. Het gaat uit van natuurlijke bewegingspatronen, het grijpt terug op de natuurlijke manier van bewegen, zoals wij die leerden in onze eerste levensjaren. Het gaat om heel de mens, het gehele systeem van communicatie tussen hersenen, ruggenmerg, spieren en gewrichten. Door ons drukke bestaan, door pijn, blessures, spanning of stress kan het natuurlijke bewegingspatroon, dat je je als kind hebt aangeleerd, worden verstoord en leiden tot vaak onbewuste aanpassingen in je bewegingsgedrag. Soms herstellen deze aanpassingen niet vanzelf wanneer de pijn of de spanning weg is.
In het geval van een verstoord bewegingspatroon leren we onszelf onbewust een compensatiepatroon aan. De oorzaak kan divers zijn: pijn, kneuzing, breuk, schrikreactie, bewegingsangst (maar niet steunen op het zere been), versterkte emotie (in elkaar kruipen van angst), Het kan zover gaan dat men vergeet hoe men bewoog voor het trauma. Zo kan het verstoorde bewegingspatroon jaren bestaan.

Behandeling
Het behandelingsdoel is een verstoord bewegend functioneren ten gevolge van een aandoening of syndroom therapeutisch te beïnvloeden door middel van sensomotorische hereducatie en vergroting van het lichaamsbewustzijn. Om de oorspronkelijke manier van bewegen terug te krijgen worden specifieke oefeningen aangereikt en worden spanningspatronen doorbroken met weerstandsoefeningen, zogenaamde pandiculations. Bij deze pandiculations worden met hulp van de therapeut spieren en gewrichten in een keten bewogen en worden de spieren volledig op lengte gebracht. Ook de adem wordt hierbij betrokken. Men kan beter ontspannen en vrijer en efficiënter bewegen en ademen.

De vergoeding van de zorgverzekeraar is gelijk aan de vergoeding voor fysiotherapie.

Medical Taping / Cure Tape

De basis van het Medical Taping Concept werd in de jaren zeventig gelegd in Japan en Korea. Hier werden destijds tapemethodes ontwikkeld vanuit de gedachte dat beweging en spieractiviteit essentieel is om gezondheid te behouden of te herstellen. Spieren zijn niet alleen nodig voor beweging maar zijn tevens bepalend voor bijvoorbeeld de bloed- en lymfecirculatie en de lichaamstemperatuur. Als spieren niet goed functioneren kan dat een scala van klachten en aandoeningen geven.
Voortbouwend op deze gedachte zijn er elastische tapesoorten ontwikkeld die de spieren in hun functie konden ondersteunen zonder daarbij de beweging te beperken. Door aangedane spieren op deze manier te behandelen wordt het lichaamseigen herstelproces geactiveerd. Er wordt gebruik gemaakt van de elasticiteit van de tape ten opzichte van de elasticiteit van de huid om te zorgen dat de tape een soort ‘liftende werking’ heeft op de opperhuid. Er ontstaat zo meer ruimte in het gebied van de onderhuid waar allerlei receptoren, bloed- en lymfevaatjes liggen. Door gebruik te maken van verschillende tapetechnieken kunnen verschillende effecten worden bereikt. De anti-allergische, ventilerende en huidvriendelijke eigenschappen van de speciaal ontwikkelde tape zorgen ervoor dat de tape langere tijd achter elkaar gedragen kan worden, waardoor het herstel sneller kan verlopen. De effecten kunnen als volgt samengevat worden:
1. Spierfunctie verbeteren door tonusregulatie
2. Belemmeringen in bloedcirculatie en lymfe afvoer opheffen
3. Pijndemping
4. Ondersteunen gewrichtsfunctie, door: ◦stimuleren van proprioceptie
◦ correcties van de bewegingsrichting
◦ vergroten van de stabiliteit
5. Neuro-reflectoire beïnvloeding

Het toepassingsgebied is breed: nabehandeling van blessures, reduceren van ontstekingen of vochtophopingen (oedeem, maar ook haematomen), houdingscorrecties, behandeling van klachten door overbelasting (zoals RSI, tennis- of golfelleboog). Ook neuro-reflectoire beïnvloeding, bijvoorbeeld bij hoofdpijn, behoort tot de mogelijkheden, evenals profylactisch tapen. Medical Taping vormt in de praktijk onderdeel van de fysiotherapiebehandeling.

Lymftaping
Lymfe is een helder vocht dat circuleert in en rondom de weefsels van het lichaam. Via lymfevaten en lymfeknopen worden afvalstoffen uit de weefsels weggevoerd. Lymfoedeem ontstaat wanneer de transportcapaciteit voor de afvoer van de lymfe niet toereikend is; dus als er sprake is van mechanische insufficiëntie. De liftende werking die de CureTape op de huid heeft, zorgt ervoor dat de subcutane bloedcirculatie verbeterd en de lymfe afvoer wordt bevorderd. De initiële lymfevaatjes kunnen zich door de drukverlaging meer openen. Dit komt exact overeen met de doelstelling van de manuele lymfdrainage.
Door de tape wordt de lymfatische afvoer 24 uur per dag gestimuleerd.

Onvoldoende verklaarde lichamelijk klachten (OLK)

Onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (OLK) zijn klachten die na voldoende medisch onderzoek niet of onvolledig te verklaren zijn door een bekende somatische aandoening. Wetenschappers spreken ook van ‘somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten’. Het belangrijkste onderscheid tussen OLK en verklaarde lichamelijke klachten is het verloop van de klachten. Als lichamelijke klachten niet herstellen binnen de gebruikelijke tijd terwijl daar geen somatische aanleiding voor is of de aanleiding is inmiddels verdwenen, spreekt men van OLK. Als deze klachten langer dan 6 maanden aanhouden en de patiënt ervaart aanzienlijk leed en beperkingen voldoen zij aan de DSM-IV criteria voor een somatoforme stoornis. OLK en somatoforme stoornissen kunnen in allerlei vormen voorkomen bijvoorbeeld als pijnklachten, chronische vermoeidheid, buik- maag- en darmklachten en uitvalsverschijnselen. Elk medisch specialisme kent zijn eigen onvoldoende verklaarde syndromen. Voorbeelden zijn het prikkelbare darmsyndroom bij gastro-enterologie, het chronisch vermoeidheidssyndroom bij infectieziekten, onverklaarde pijn op de borst bij cardiologie en fibromyalgie bij reumatologie.

Behandeling
We werken vanuit het biopsychosociaal model, waarin we de complexe relatie tussen bewegend functioneren en psychisch functioneren binnen de individuele sociale context van de patiënt bezien.
De nieuwste neurowetenschappelijke bevindingen wijzen erop dat patiënten blijven hangen in een sensitisatiefase waardoor er geen of onvoldoende herstel optreedt. Subjectieve beleving van pijn speelt een belangrijke rol. Doel van de behandeling is het waarnemen en doorbreken van pijn- en stresspatronen. Onbewuste patronen in voelen, denken en doen blijken de klachten in stand te houden. Patiënten vertonen hierdoor inadequaat kopieergedrag. Voor patiënten betekent de therapie inzicht krijgen in de ontstaansfactoren en de herstelbelemmering.
Zelfverantwoordelijkheid en autonomie staan in dit fysieke en psychische herstelproces centraal.
Het is voor patiënten vaak een laagdrempelige therapie daar de lichamelijke klacht het aangrijpingspunt is. Als blijkt dat psychische of sociale factoren een ernstig belemmerende rol spelen dan verwijzen we door naar psycholoog danwel maatschappelijk werk.

Orthopedie en Cyriax

De methode Cyriax is gebaseerd op orthopedische geneeskunde. Deze behandelmethode richt zich op ontstekingsgerelateerde klachten van gewrichten, spieren, pezen en banden waarbij ook vaak een bewegingsbeperking wordt gevonden. Cyriax combineert de orthopedische geneeskunde met technieken uit de manuele therapie. Voorbeelden van te behandelen klachten zijn achillespeesscheuringen, schouderklachten, tennisellebogen, verrekte/ uitgerekte banden aan voet en kniegewrichten.

Behandeling
Allereerst worden door middel van onderzoek alle structuren in het betroffen gebied getest, totdat de oorzaak van uw klacht bekend is. Vervolgens vindt de behandeling plaats in 3 stappen.
Een onderdeel van de fysiotherapeutische behandeling is het uitvoeren van dwarse fricties (massagetechniek) op de geïrriteerde pezen en banden. De dwarse fricties worden uitgevoerd op spier-peesovergang en pees-botovergang. In deze peesovergangen kunnen klachten ontstaan die erg pijnlijk kunnen zijn en gepaard kunnen gaan met ontstekingsreacties. Het moeilijk kunnen bewegen van het lichaamsdeel is het gevolg hiervan.
Een ander deel van de behandeling is de gewrichtsmobilisatie om de beweeglijkheid in het gewricht te herstellen. Hierdoor kunnen spieren, pezen en banden hun gewone werk weer doen.
Tot slot vindt er ook spierstabilisatie plaats door middel van oefentherapie, om spieren en pezen sterker te maken. Gewrichten worden hierdoor ondersteund en lichamelijke belasting wordt makkelijker verdragen. Spierstabiliserende oefeningen worden vaak in de vorm van huiswerkoefeningen gegeven, zodat de patiënt bewust bezig is met zijn/haar klachten.

Revalidatie

Waar gaat u naar toe als u geopereerd bent? Het liefst naar huis natuurlijk.

Als u na een operatie begeleiding nodig heeft van een fysiotherapeut dan is dat het prettigst als dat bij u in de buurt kan zodat u zo min mogelijk hoeft te reizen. En dat kan. Of het nu gaat om een heup, knie of rugoperatie, een operatie aan schouder of hand, u kunt voor begeleiding bij het herstel terecht in onze praktijk. Als het nodig is komen wij de eerste tijd bij u aan huis zodat u in uw eigen omgeving kunt herstellen. Als u zover bent dat u naar de praktijk kunt komen hebben wij een goed uitgeruste oefenruimte waar u individueel begeleid wordt bij het oefenen. Zo krijgt u een programma op maat totdat u zelf weer verder kunt.

Ook als u niet geopereerd bent maar begeleiding nodig hebt na bijvoorbeeld een herseninfarct, beroerte of als er bij u een neurologische of reumatologische aandoening is vastgesteld kunt bij ons terecht. En ook hier geldt: kunt u niet naar ons komen dan komen wij naar u toe.

RSI of CANS

Door het verrichten van korte repeterende handelingen worden dezelfde spieren, banden en pezen voortdurend eenzijdig belast; dit kan op den duur leiden tot klachten aan nek, schouder, arm en hand: men noemt dat RSI (repetative strain injury). RSI is een overkoepelende naam voor een aantal specifieke pees-, zenuw- en spieraandoeningen van de nek en de arm. Een van de meest bekende voorbeelden is de muisarm. Er zijn meerdere theorieën over het ontstaan van RSI. Men denkt dat:

  • door een continu aanwezige belasting van een lichaamsdeel of groep spieren de doorbloeding van dit deel verslechtert. Als de doorbloeding verslechtert dan kunnen afvalstoffen minder goed worden afgevoerd en ontstaat er een opeenhoping van afvalstoffen in het desbetreffende deel van het lichaam. Daardoor worden de pijnreceptoren in de spier geprikkeld wat spierpijn oplevert. Door deze spierpijn moet de spier zich meer aanspannen om zijn werk goed te kunnen doen, waardoor de doorbloeding nog meer afneemt en zo belandt men in een vicieuze cirkel.
  • het bij RSI zo is dat men langdurig, steeds dezelfde spiervezels belast. Deze kleine groep vezels raakt op den duur al bij een lagere belasting snel vermoeid en wordt dus overbelast. Door deze herhalende overbelasting kan
    er weefselschade ontstaan waardoor er littekenweefsel ontstaat.
  • een combinatie van psychische en lichamelijke klachten de oorzaak kan zijn. Dit model gaat er van uit dat stress en andere psychische klachten de spierspanning kunnen verhogen. Door deze verhoging is er weer hetzelfde effect als hiervoor beschreven.

De omgeving waarin men werkt heeft ook een grote invloed op het ontstaan van RSI. De werkplek moet geschikt zijn voor het werk dat men doet. Het mag niet zo zijn dat iemand een onnatuurlijke houding moet aannemen om zijn werk goed uit te kunnen voeren. De werkplek moet zodanig worden ingericht dat men zo veel mogelijk wordt
ontlast.

RSI ontwikkelt zich geleidelijk. Het sluipt er langzaam in. Het verloop is in drie fasen in te delen. De klachten die ontstaan zijn gelegen in de nek, de schouder, de armen en in de handen.

  • Fase 1: Pijn, lokale vermoeidheid, kramp, tintelingen en een dof gevoel.
    De klachten verdwijnen als men stopt met werken, na enige rust. Klachten worden vaak niet serieus genomen.
  • Fase 2: Ook pijn na het werk, irritatie aan pezen en spieren, prikkelingen, slapeloosheid, krachtsverlies.
    De klachten verdwijnen na avond of weekend rust.
  • Fase 3: Zwelling, drukpijn, chronische pijn, functieverlies, veranderingen van huidskleur en temperatuur, ‘doof’ tintelend gevoel, aanhoudende en niet meer verdwijnende klachten en pijn zowel tijdens het werk als in de weekenden.

Behandeling
Bij de behandeling moet men rekening houden met de fase waar de aandoening zich in bevindt. In de 1e fase kan een patiënt op de werkvloer behandelt worden. In latere fasen zal dit thuis of op de praktijk door de fysiotherapeut moeten gebeuren.
Bij de behandeling moet men met name ook zoeken naar de oorzaak van de klachten.

Fase 1:

  • De werkintensiteit verminderen
  • Inlassen van korte pauzes op gezette tijden
  • Repeterend werk voorkomen
  • Overmatige arm- en handbelasting voorkomen
  • Gedoseerde rust
  • Aanpassen werkplek/werhouding
  • Start gedragsveranderingen
  • Sporten

Fase 2:

  • Werk tijdelijk stoppen
  • Daarna geleidelijke opbouw van de belasting
  • Aanpassen werkplek
  • Pauzes inlassen tijdens het werk
  • Oefentherapie en sport

Fase 3:

  • Gedragsveranderingen Fase 3 wordt op de zelfde manier behandeld als fase twee, de patiënt zal voor langere tijd niet kunnen werken.

Rug- en bekkenproblemen

Lage rugpijn
Lage rugpijn is één van de meest voorkomende klachten bij de fysiotherapeut. Het overgrote deel van die klachten is aspecifiek: er is geen direct aanwijsbare fysieke oorzaak. Bij acute rugpijn is een natuurlijk beloop, met pijnmedicatie, bedrust en voorlichting vaak voldoende. De therapeut kan daarnaast ook kiezen voor werk- en/of rugscholing en training van de belastbaarheid. Duurt de lage rugpijn 6 weken of langer of komt de pijn regelmatig terug, dan neemt de kans op chonische lage rugpijn fors toe. De therapeut moet dan screenen op risicofactoren en laten trainen op belastbaarheid zowel als (werk-)gedrag. De kern van de behandeling draait niet speciaal om pijnbestrijding, maar om functieherstel. Vergroting van de fysieke weerbaarheid gecombineerd met gedragscorrigerende training biedt daartoe de meeste kans.

Rug- en bekkeninstabiliteit
Bekkeninstabiliteit is de verzamelnaam voor een complex aan klachten. Het treft je niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel/psychisch. Het is ook geen klacht waar iemand mee te koop loopt. Die emotionele factoren kunnen herstel ernstig belemmeren.
De meest voorkomende oorzaak van bekkeninstabiliteit is zwangerschap. Veel vrouwen hebben tijdens hun zwangerschap last van klachten van en rond hun bekken, waardoor bij de zwangerschap en na de bevalling
veel klachten in de lage rug, rondom bekken en in de benen ontstaan. Vaak verdwijnen deze klachten na de bevalling, maar soms blijven klachten langdurig bestaan. Dat kan variëren van continue pijnklachten tot alleen vlak voor en tijdens de menstruatie. Andere namen voor deze klachten zijn peripartum, bekkenpijnsyndroom,
bekkeninstabiliteit of symfysiolyse. Tijdens de zwangerschap verweken de banden van het bekken, waardoor het bekken minder stevig, minder ‘stabiel’ wordt. Deze verweking is noodzakelijk omdat de baby tijdens de geboorte de bekkenring moet passeren. Deze verweking is dus een heel natuurlijk verschijnsel dat bij elke zwangere optreedt. Soms echter veroorzaakt deze instabiliteit klachten.
Er bestaat ook een traumatische of mechanische vorm van bekkeninstabiliteit: deze wordt meestal veroorzaakt door een ongeval of een trauma zoals vallen, sportletsel e.d.

De fysiotherapeut heeft als doel de mensen met chronische klachten door instructie en training inzicht te laten krijgen in hun gedrag en de consequenties voor hun herstel, om hen vervolgens te motiveren hun gedrag zodanig aan te passen dat herstel mogelijk wordt. Fysieke training ter verbetering van de functionele belastbaarheid van het lichaam en normalisering van de verhouding tussen belasting en belastbaarheid vormen daarbij belangrijke onderdelen.


error: Inhoud is beschermd !!